There is no place like home

Dinsdag was ik nog eens in Leuven. Ondanks het feit dat ik er niet meer woon of
studeer, blijft het toch altijd een beetje thuiskomen, dat moment dat de deuren
van de trein open gaan en ik voet zet op het bijzonder goed gekende perron.

Vertrouwd, zo voelde het aan. De campus Sociale Wetenschappen, de hal, de bib. Het plateautje
waar de kranten liggen, de trappen omhoog naar de computers. Het zijn plaatsen
waar ik vorig jaar en dit voorjaar zo lang heb vertoefd. Ook nu plante ik mij
neer achter een computer, niet om wetenschappelijke literatuur te zoeken over
de houding van Rusland tegenover de Europese Unie, of over de lange
burgeroorlog in Cambodja, maar gewoon, om de tijd een beetje te verdoen, om mij
even terug student te voelen.

Om dezelfde reden ging ik ook een kijkje nemen op de 24urenloop, zowat het
grootste evenement dat de universiteit kent. Tenzij Stephen Hawking er een
lezing komt geven natuurlijk. Samen met mijn vriendin liepen we een rondje,
zonder stokwissel, zonder doorweekte t-shirts, zonder aanmoedigingen. Ik had
mij voorgenomen om toch nog een echt rondje te lopen, for old times sake, maar een ontsteking aan mijn enkel stak daar
vakkundig een stokje voor.

Nee, ik ben het nog niet gewoon, het leven als werkende mens. Elke ochtend en elke
avond wil ik uitstappen als het bordje in de trein aankondigt dat we aankomen
in Leuven, al dan niet met vertraging. Telkens verlang ik naar dat kleine
beetje thuiskomen.

4 reacties

Goal!

Discussies over buitenspel, het houden van posities, wie nu juist in de fout is gegaan bij
de tegengoal. Gekaffer op de scheids, tackels op het scherp van de snee,
voetballen op leven en dood. Je zou denken dat het over een wedstrijd uit de
Champions League gaat. Maar nee hoor, ik heb het over een match uit het
cafévoetbal.

Zet 22 man op een voetbaldveld, zet er een scheidsrechter bij en geef ze een
voetbal, en je hebt binnen de kortste keren prijs. Sommigen wanen zich Messi of
Cristiano Ronaldo, maar ze moeten zelf al snel erkennen dat ze Markske uit de
Kampioenen nog niet kunnen uitschakelen in een één-tegen-één situatie.

Een jaar of 40, bolle buik, voor en na de match een flesje bier in de hand. Het
archetype cafévoetballer. Kan nog een 10 meter lopen of een pass geven over 20
centimeter. De schuld aan anderen geven voor hun eigen geklungel, dat wel. Maar
ach, wat is het fijn om elke zondag de voetbalschoenen aan te trekken en de wei
in te stappen!

1 reactie

Ready… Set… Go!

Ik weet het. Het is hier lang heel erg stil geweest. De reden? Wel, ik vond dat ik
recht had op een maandje vakantie. Een maand lang waren afdrukken van mijn
loopschoenen te vinden in één of ander Genks bos, bandensporen op allerhande
Limburge wegen en mijn geld in de kassa van één of ander café. Het mindere weer
werd niet toegelaten om de rol van spelbreker op zich te nemen. Maar vanaf
vorige dinsdag was het werken geblazen.

Mijn vakantiewerk vormt de aanloop naar mijn eerste echte job. Het is de kilometer
opwarming voor je aan de tien kilometer begint. De spieren worden losgegooid,
de hartslag wordt in de gaten gehouden, één keer al wordt er in het rood gegaan
om optimaal aan de start te staan. Op 26 september zou ik er moeten staan.
Vanaf dan word ik elke weekdag in Brussel verwacht. Hoe dat gaat aflopen, leest
u hier een volgende keer. Ik ga eerst toch nog wat vakantie houden.

3 reacties

De eerste stappen

Een jongeman staart naar de lange weg die voor hem ligt. De weg kronkelt en draait,
omvat enkele obstakels, obstakels die evenwel niet onoverkomelijk (lijken te)
zijn. De jongeman zet voorzichtig een eerste stap. Hij lijkt goed voorbereid te
zijn, droomt vol vertrouwen al van de aankomstlijn. Het zijn niet zozeer de
hindernissen onderweg die toch voor lichte vertwijfeling zorgen, maar eerder de
lengte van het parcours. Motivatie, dat is de sleutel. En daar loopt de
jongeman van over. De start is gegeven. De missie begint.

Geef een reactie

Hoe het jongetje leerde om de wereld het hoofd te bieden

De deur ging vandaag onherroepelijk dicht. Onherroepelijk, omdat de sleutels
afgegeven moesten worden. Het jongetje dat vijf jaar geleden de deur voor het
eerst opende aan het begin van het avontuur lijkt alleen nog in naam op de
persoon die vandaag de deur voor de laatste keer achter zich dichttrok.

Niet wetend waar het leven hem naar toe zou leiden, nam een jongetje van 18 jaar
zijn intrek in het gebouw. Het was hoog klimmen telkens weer en dus ook diep
afdalen. Pas uit het nest getrokken keek hij de toekomst met veel verwachtingen
tegemoet. Hij laafde zich vijf jaar lang aan de vrijheid, meestal met een lach,
af en toe met een traan. Nieuwe vrienden kwamen in zijn leven binnen, nieuwe
ervaringen ook. De ervaring van wat het is om te mislukken in een opzet
bijvoorbeeld, en hoe hier mee moet worden omgegaan.

Het was vanaf het moment dat hij besloot om het juridische leven achter zich te
laten en zich op de politieke wetenschappen te storten dat het leven hem begon
toe te lachen. Het jongetje voelde zich steeds beter in zijn vel, had eindelijk
een eigen plaats in de wereld veroverd. Het alleen wonen ging hem steeds beter
af, hij kreeg het gevoel dat hij de wereld op zijn eentje wel het hoofd kon
bieden. De tocht nam een nieuwe start, en het was een vliegende.

Als een vis in het water doorzwom hij de moeilijkste papers, de moeilijkste
examens, de moeilijkste momenten in zijn leven. Hij leerde door te zetten, met
opgeheven hoofd ten strijde te trekken, dat inzet altijd wel beloond wordt.
Meer nog dan de lessen in de grote aula’s vindt hij deze les misschien wel de
belangrijkste die hij al geleerd heeft.

Na vijf jaar is er nu een einde gekomen aan zijn tocht. Als meester kijkt hij vol
weemoed terug op de weg die hij in die vijf jaar heeft afgelegd. Met een
glimlach kijkt hij naar anderen die, net als hij toen, zich met veel
enthousiasme op het grote avontuur gaan storten en denkt dan aan het vervolg
van zijn eigen tocht. Net als vijf jaar geleden staat nu een nieuw avontuur
voor de deur. En net als toen kijkt hij het vol verwachtingen tegemoet.

Geef een reactie

Veel vragen, weinig antwoorden

Wat drijft een mens zo ver om zes ton kunstmest in zijn auto te proppen, deze tot ontploffing te brengen in de buurt van overheidsgebouwen, om dat enkele uren later op een eiland waar jongeren deelnemen aan een evenement het vuur te openen en vele jongeren het leven af te pakken? Afkeer van een samenlevingsmodel dat hij het zijne niet vond, zo blijkt uit zijn eigen manifest.

De vraag is dan of iedereen die het niet eens is met de manier waarop er samengeleefd wordt naar de wapens moet grijpen? Is het niet per definitie zo dat iedereen vindt dat het op een andere manier moet? Het is dé bestaansreden van de democratie, die in het Hoge Noorden wel nog in zijn juiste vorm bestaat. Of althans bestond. Want wie weet nog hoe het nu verder moet.

Is dit niet de veruitwendiging van het feit dat van samen-leven geen sprake meer is? Dat de samenleving uiteengevallen is in individuen die enkel nog samenwerken uit eigenbelang. Dat verdraagzaamheid een lang vervlogen deugd is. Ieder denkt van zichzelf dat hij het centrum van het universum is en dat zijn of haar belangen voorgaan op die van een ander, dat zijn overtuiging de enige juiste is. Dat de wereld nu echt om zeep is.

Geef een reactie

Even an end has a start

Zo, dat was het dan. Jaren van hard intellectueel labeur werden afgesloten met een veredelde prijsuitreiking en iets wat op een receptie zou moeten lijken. En verder gaapt de grote leegte, die meer vragen dan antwoorden oproept.

 Afgestudeerd. Het woord klinkt nog hol, de echte betekenis dringt nog niet door, misschien wordt die zelfs wel bewust op afstand gehouden. 20 jaar lang ging ik naar school. Aangezien ik mij van mijn eerste drie levensjaren niets herinner, is het dus inderdaad zo dat naar school gaan alles is wat ik weet wat betreft dagdagelijkse bezigheden. 20 jaar lang werden taken gemaakt, lessen gevolgd en toetsen of examens voorbereid. Jammer genoeg was het pas op het einde van die 20 lange jaren dat het inhoudelijk ook echt tof begon te worden. En dat wordt je dan abrupt afgenomen. Het is het einde van een tijdperk zou ik durven stellen.

 Dat tijdperk sloot ik vandaag letterlijk af, toen ik voor mezelf deze ochtend afscheid heb genomen van mijn kot, dat vijf jaar lang mijn toevluchtsoord was uit de drukte. Een plaats waar ik heel alleen kon zijn met mijn gedachten, echt mijn eigen afgesloten plaats in de wereld. Om daar nu afscheid van te moeten nemen voelde heel erg raar aan.

 Maar, even an end has a start, dus wordt het tijd om vooruit te kijken, zij het met een koffer vol fijne (en minder fijne) herinneringen als opgedane bagage. Over wat die toekomst precies zal brengen, daarover later meer. Iemand heeft mij geleerd dat je geen schrik moet hebben van de toekomst, dat je er gewoon voor moet gaan. De vleugels openslaan, uit het warme en vertrouwde nest springen, zo hard fladderen als maar mogelijk is en dan kom je wel op je pootjes terecht. Dus, let’s learn to fly!

Geef een reactie

Dolce far niente

Het is hier stil geweest de afgelopen maand. Mijn excuses daarvoor, maar tijdens examenperiodes moeten nu eenmaal prioriteiten gesteld worden, en zeker als het mogelijk de laatste ooit is. Dan moet er nog één keer alles gegeven worden, moet alles in functie van dat ene doel staan.  Ik ben overigens een freak op dat vlak. Anderhalve maand lang wordt er met een oog op de klok geleefd, moet alles perfect getimed zijn. Er schuilt misschien toch een beetje een ronderenner in mij.

Maar nu zijn we er terug. Alleszins toch voor eventjes, want morgen vertrek ik met acht vrienden richting Stavelot, om een kleine week het beest uit te hangen in het Waalse. Benieuwd of ze daar onze Nederlandstalige avond evenzeer gaan appreciëren als wijzelf. U mag een verslag daarvan verwachten ergens in de loop van volgend week. En nu gaan we genieten van het zalig nietsdoen.

Geef een reactie

It was a beautiful day

Op weg naar huis van mijn thesisverdediging werd ik overvallen. Voor er massale paniek uitbreekt, overvallen is hier figuurlijk gebruikt. Ik werd overvallen door de tonen van één van de hits van die ene band uit Ierland, die ene, je weet wel, met die zanger die daar zoveel voor de wereld heeft gedaan. Heeft gezorgd dat er minder honger in de wereld is, dat de schuldlast van de ontwikkelingslanden aan het Westen werd verminderd en ze hun geld nu dus kunnen gebruiken om onderling oorlog te voeren… Je weet wel wie ik bedoel. Maar soit, we wijken af.

 Ik werd dus overvallen en meegevoerd naar een dag in september een jaar geleden. Plots stond ik terug in de middencirkel van het Koning Boudewijnstadion in Brussel, samen met een kleine 50 000 anderen – al zaten sommigen ook op de tribunes rond het veld – te luisteren en te kijken naar die ene band uit Ierland. Die avond vormde het sluitstuk van een schitterende zomer. De avond volgde op een met bloedneuzen gevulde sprint vanuit Clermont-Ferand, over Parijs, door Rijsel naar Brussel. De race vormde zelf het sluitstuk van een schitterende treinreis door Frankrijk, die herinnerd zal worden door de drukte van Parijs, de charme van Lyon, het rustieke van Avignon, de zon van Sausset-les-Pins en natuurlijk het gezelschap waarin ik vertoefde. De zomer was begonnen met een driedaagse trektocht door de Ardennen, in ongeveer hetzelfde gezelschap. De tussentijd werd gevuld met Rock Herk, verjaardagsdrinks en andere Marktrocken. De zomer van 2010 was een grand cru. Aan de zomer van 2011 om te proberen beter te doen. Maar eerst nog wat blokken voor de examens…

1 reactie

Het is om zeep…

Gaan we nog niet naar huis? Dan kunnen we Playstation spelen…” Verontwaardiging alom toen gisteren twee jongetjes van zeven of acht jaar aan mij vroegen wat we hier eigenlijk deden. Ik werd van mijn sokken geblazen, en niet op een goede manier.

 Laat mij de situatie even schetsen. Omdat zowel mijn zus, haar vriend als ikzelf mooie herinneringen hebben aan de opendeurdag van de Belgische landmacht in de kazerne van Leopoldsburg wilden we deze ervaring delen met onze jongere broertjes. Het leek ons een goed idee: de twee zijn gebeten door computerspelletjes waarin ze door de modder kruipen, tot de tanden gewapend en elkaar proberen overhoop te schieten. Nu konden ze dit in het echt beleven. Zelf met een nachtkijker door een donkere hangaar kruipen, al sluipend proberen om onopgemerkt de andere kant van een zandbak te bereiken en onderweg in echte Leopardtank kruipen. Dat zou toch dé droom van elke jongen van acht jaar moeten zijn? Niet dus.

 Het was mij dit weekend nog al opgevallen. Terwijl buiten de zon zich nogmaals van haar stralendste kant liet zien, sloot mijn broertje zichzelf op in een kamer waar geen licht – laat staan lucht – binnen kon. Alleen, afgesloten van de buitenwereld, in contact met andere eenzaten, die stevast voor hun tv kamperen. Geen drang naar buiten, geen drang om uren aan een stuk tegen een bal te stampen, of met de fiets de wijk onveilig te maken, om met vriendjes bmx-parcourtjes te bouwen in het bos en daar dan hard tegen een boom aan te rijden. Geen bloedende knieën, geen broeken vol grasplekken. Eenzaamheid voor een tv. De wereld is om zeep…

Geef een reactie

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.