Il Giro piange

Il giorno dopo è ancora più dura accettare la realtà. Een dag later voelt het nog altijd onwezenlijk aan. Alles lijkt zo triviaal geworden, precies of alle thesissen en groepswerken er niet meer toe doen. Dat het belangrijkste is om te genieten van onze tijd hier en nu. Tafelgesprekken worden overheerst door dat ene vreselijke ongeval. Nieuwsuitzendingen besteden maar aandacht aan één enkel bericht. Maar hoe ga je verder na een dergelijk tragisch ongeval? De vraag geldt niet zozeer voor mezelf, als wel voor de familie van Wouter Weylandt, en dan vooral zijn vriendin die in september het leven zou moeten schenken aan hun eerste kind.                     

Het peloton rijdt vandaag in gesloten slagorde verder. Gekoerst wordt er niet, onderweg wordt er gerouwd. Maar wat morgen? Morgen zal het weer koers zijn. Hoe ga je daar mee om? Is dit nog wel menselijk? Je krijgt één dag om te rouwen, om te proberen enige betekenis te geven aan deze tragische gebeurtenis. Maar de dag erna is het waarschijnlijk terug big business. De sport, de maatschappij in het algemeen, heeft zijn menselijk gelaat verloren.

Geef een reactie

En toen werd het stil…

De wielerwereld, prof’s en wielertoeristen naast elkaar – mezelf incluis – werd vandaag met verstomming geslagen. Wouter Weylandt, goedlachse Gentenaar en renner van Leopard-Trek, is vandaag om het leven gekomen na een val in de afdeling van de Passo del Bocco in de derde rit van de Giro d’Italia. “Wouter Weylandt non ce l’ha fatta”, het Italiaans laat alles leuker klinken dan het is, ook deze vreselijke mededeling.

 Iedereen die ooit op een fiets een helling af is gereden, weet dat het gevaar om elke hoek loert. Één steentje op een verkeerde plaats, één verkeerde inschatting van een bocht, en de gevolgen kunnen dramatisch zijn, zoals vandaag nog maar eens duidelijk werd. Het drukt ons met de neus op de feiten: alles wat wij hier doen, is ontzettend relatief. Het kan in een oogwenk of een pedaalslag definitef over zijn.

 Het was hier gedurende het eerste kwartier na het nieuws over de dood van de Belgische sprinter ongelooflijk stil. Een kom pasta, die anders de kans nooit zou hebben gekregen om koud te worden, werd aan de kant geschoven. Op een moment als dit is enkel stilte op zijn plaats. Stilte en medeleven met de familie van Wouter Weylandt. En dankbaarheid, voor het feit dat mijn naam nog niet op het lijstje van de Dood heeft gestaan. Wouter, het ga je goed hierboven! Doe Frank de groeten van mij…

Geef een reactie

In de hoek, Bart!

Lang heb ik mij weerhouden van commentaar op de Belgische regeringsvorming. Voor een groot deel is dit te wijten aan het gegeven dat het kinderachtig gedoe in de Brusselse Wetstraat mij al lang niet meer kan boeien, omdat het al bijna vier jaar lang hetzelfde spelletje is. Als je dan moet kiezen waar je je aandacht op moet richten, de kindertuin aan het Natieplein of het Kremlin, dan is de keuze snel gemaakt. Maar onbewust ben ik er blijkbaar toch nog mee bezig, die Belgische politiek. Misschien is het als voorbereiding op elk familiefeest, waar mij wel gevraagd wordt naar een politiek wetenschappelijke analyse van de situatie en liefst dan nog met een oplossing erbij.

Maar vandaag werd het mij toch eventjes te veel. De kleutertuin wilt blijkbaar absoluut een schuldige aanwijzen, die ze allemaal zoeken in de N-VA. Vandaag is het weer Joëlle die de grootste partij van het land met alle zonden van Israël overlaadt. Frappant vind ik het, degoutant zelfs. Dat het makkelijker is om met een beschuldigende vinger naar anderen te wijzen dan om de hand in eigen boezem te steken, het is een oude volkswijsheid. Maar van politici die zichzelf afschilderen als mensen die in staat zijn om het land te besturen, mag volgens mij toch meer verwacht worden. Het blijft evenwel een naïeve verwachting, waarvan ik weet dat ze nooit voldaan zal worden.

Let wel, bovenstaande mag niet gelezen worden als een betoog ter verheerlijking van de N-VA. Het is een oproep aan alle partijen om eerst naar zichzelf te kijken voor ze hun frustraties botvieren op anderen. Want iedereen, elke partij die aan de onderhandelingstafel heeft gezeten, heeft met een aan de zekerheid grenzende waarschijnlijkheid fouten begaan. Zoniet voor zichzelf, dan wel in de perceptie van andere partijen. Maar steeds die gratuite steken, het is er voor mij te veel aan. Dan toch veel liever een kijkje nemen in het Kremlin!

4 reacties

Hij was God niet, al was hij het wel voor mij

 Elk jaar met Luik-Bastenaken-Luik in het vooruitzicht voltrekt zich dezelfde handeling. Van het moment dat op Sporza de hoogtepunten van de voorbije edities staan, scroll ik meteen door naar één enkele editie. De overwinningen van Vinokourov, van Bettini of Bartoli, ze kunnen mij maar weinig schelen. Het is de editie van 1999 die ik terug wil beleven, ook al weet ik ondertussen van buiten wat er gaat gebeuren.

 Bartoli die op La Redoute wilt bewijzen dat hij de sterkste is, maar belachelijk gemaakt wordt door Vandenbroucke. Boogerd die denkt op Saint-Nicolas er van onder te kunnen muizen, maar door diezelfde VDB herleid wordt tot een tuinkabouter, een figurant die met goedkeuring van de meester toch mee op het podium mocht. Zo won hij graag, boven alles en iedereen verheven, de rest herleiden tot patattenzakken. Voor mij is er nog altijd maar één VDB, en dat is Frank.

 Tijdens de jaren ’90 had ik twee helden op de fiets. Twee exentriekelingen die zich weinig aantrokken van wat de wereld van hen vond, of toch die rol leken te spelen. VDB en Cipolini. Het is door deze twee dat ik verslaafd ben geraakt aan het wielrennen. Beiden niet bang van een controversiële reactie, voor beiden was het “my way or the highway”. En dan vooral Frank natuurlijk.

 Ik ben altijd fan geweest, altijd ben ik blijven geloven in een succesvolle comeback, ook na het zoveelste incident. Sommige renners vergeef je nu eenmaal sneller hun misstappen dan anderen, zo gaat dat met fans. Frank was geboren om op een fiets te rijden, dat zag je zo. Het kon toch niet dat het grootste Belgisch talent sinds lang slechts één klassieker zou winnen, dacht ik bij mezelf. Maar dat was dus toch het geval.

 Het is nu meer dan een jaar geleden. Ik weet nog heel goed hoe en wanneer. Ik was rustig een film aan het kijken, met een glaasje wijn erbij toen plots mijn gsm te kennen gaf dat ik een smsje had ontvangen. VDB is dood, meer viel er niet te lezen. Meer was echter ook niet nodig om mijn wereld even te doen instorten. Zelfs zonder VDB ook maar één enkele keer in levende lijven te hebben gezien, voelde ik een leegte in mij. Mijn grote idool was niet meer.

 Zondag zal ik tijdens de live-uitzending op La Redoute en op Saint-Nicolas stilletjes terug denken aan de editie van 1999. In plaats van Gilbert, de Schlecks en Kolobnev, zie ik daar nog altijd Bartoli, Boogerd en VDB. Voor mij kan er maar één iemand winnen, ongeacht wat de uitslag ook zal zeggen.

Geef een reactie

Nog even geduld

Het is hier de laatste drie weken verdomd stil geweest… Elke dag opstaan om 6 uur kruipt nogal in de kleren en het pendelen naar Brussel zorgt, zoals bij de meeste pendelaars, voor een mentale afbotting, waardoor inspiratie verdwijnt als sneeuw voor de zon. Nog één week, en dan komt daar terug verandering in. Dan ruil ik het pendelaarsleven terug in voor het leven als Leuvense student. De laatste rechte lijn wordt dan ingezet, en u zal een bevoorrecht toeschouwer zijn bij deze koninklijke sprint die er hopelijk zal komen. Nog even geduld dus.

Geef een reactie

Relaas van een eerste werkdag

7u00. De wekker gaat. Een instinctieve reactie om mij toch nog maar een keertje om te draaien wordt uiteindelijk toch onderdrukt. Een uurtje later begeef ik mij met nog kleine oogjes naar het station in Leuven. Aangezien ik vanaf vandaag een maand lang zal mogen pendelen tussen Leuven en Brussel schuif ik aan één van de loketten aan om een treinabonnement aan te schaffen. Een gedienstige en vriendelijke man helpt mij met een grote glimlach en enkele grappige opmerkingen. Ze bestaan dus toch, personeelsleden van de NMBS die goedgeluimd hun job uitvoeren. De dag is goed van start gegaan.

8u37. Net als vele anderen stap ik op één van de vele treinen naar Brussel. Bij het opdoemen van de glazen torens nabij Brussel-Noord voelt het even vreemd aan. Eigenlijk ben ik nu op weg naar het werk, denk ik bij mezelf, terwijl ik nog niet ben afgestudeerd. Enkele minuten later stap ik als onderdeel van een kudde op metro nummer vijf in Brussel-Centraal om dan samen met de kudde terug uit te stappen aan de halte Schuman. Vandaar gaat het al fluitend verder naar de Campus Renaissance, waar ik word opgewacht. Enkele uren later, na de rondleiding en een gesprek met de leidinggevenden, zet ik mij voor de eerste keer achter wat vanaf nu voor een maand mijn bureau zal zijn.

En dan, de eerste problemen. De login van de computer blijkt niet te kloppen. Dus, opweg naar de technische dienst, tegenwoordig Dienst ICT geheten. Op de deur hangt een papiertje dat mij met lege handen en de boodschap om morgen terug te komen, wandelen stuurt. Dan maar op de ouderwetse manier, met een stenen tablet en bijtel. Of pen en papier, dat kon ook.

Rond 15u wordt het opeens druk op de gang. Blijkbaar is het tijd om te vertrekken wanneer de klok drie keer heeft geluid. Ik werk nog een laatste stukje af. De persoon met wie ik mijn kantoor deel, of liever die met mij zijn kantoor deelt, pakt in en zwaait af met een hartelijk “tot morgen!”. Ik maak van de leegloop gebruik om op mijn eentje nog eens op ontdekkingstocht te gaan, waarna ik toch ook maar mijn boeltje pak en “mijn” kantoor afsluit.

Hetzelfde ritueel als deze ochtend herhaalt zich hierna, maar dan in omgekeerde richting. In Brussel-Centraal is het even schrikken wanneer blijkt dat het perron, waar normaal gezien de eerst volgende trein naar Leuven moet stoppen, zwart ziet van het volk. Gelukkig moet 90% van het volk blijkbaar een andere trein hebben, waardoor het toch heel rustig is op mijn trein. Na vijf minuten heb ik door waarom, ik ben blijkbaar op een trein gestapt die in elk boerengat tussen Brussel en Leuven halt houdt. Het kan mijn humeur alleszins niet verpesten, ik heb een leuke eerste werkdag gehad. En ik moet toch pas om 17u op de faculteit zijn om eindelijk mijn diploma te gaan afhalen, dus zet ik mij nog eens goed, en kijk ik wat uit het raampje.

Morgen zal dit ritueel zich herhalen, alleen zal ik een uurtje vroeger opstaan. Dat ritme wordt dan een maand aangehouden. Voorlopig toch. Want wie weet heb ik net mijn eerste dag op mijn eerste echte job achter de rug. Antwoord hierop mag verwacht worden tegen september.

1 reactie

There is a tide in the affairs of men

Het gevoel is weer terug. Zeer voorzichtig weliswaar nog, maar toch. Dat het er terug is, is op zich al een overwinning. Het gevoel van uit te kijken naar een wedstrijd van de Rode Duivels. 

Er was een tijd, lang vervlogen ondertussen, dat ik mij voor iedere match samen met papa en mijn opa voor de tv installeerde van het moment dat de voorbeschouwingen begonnen, om toch maar niets te missen. Ik stond dan, als kind van een jaar of 9, in voor de drank. Dit hield in dat ik voor de match en tijdens de rust naar de frigo ging en er een cola en twee pintjes uit haalde, stiekem van één van de pintjes een slok nam, en ze daarna in de living aan de rechtmatige eigenaars overhandigde. De tijd dat de Duivels zich voor hun zoveelste WK-eindronde op een rij kwalificeerden tegen de Ieren, door toedoen van Luc Nilis. De tijd dat een gelijkspel tegen Nederland ervaren werd als een nederlaag. Nu zouden we dol van vreugde samen stromen op de Grote Markt in Brussel om onze helden met de nodige eer te ontvangen na een gelijkspel tegen Nederland, bij wijze van overdrijving. 

Net zoals de prestaties van de Duivels verzwakten, zo viel ook de huiselijke kring uiteen. Na de scheiding van mijn ouders blijven mijn opa en ik over om te kijken naar “onze” Duivels. Er werd koppig vastgehouden aan de traditie, in de hoop dat de nationale elf hetzelfde zou doen en zou blijven presteren op het niveau dat we van hen gewend waren. Ijdele hoop zo bleek echter. Hoe langer hoe meer betekende een Belgische interland ook gewoon een gezellig samenzijn met mijn opa, het voetbal werd naar de achtergrond verschoven. Wat hebben we gelachen, vooral om mijn opa zijn kritische opmerkingen over het bedenkelijke niveau van de Belgen. 

Ook die tijd ligt ondertussen achter mij. Ik heb ondertussen wel een nieuwe traditie gevonden. Bij elke interland zak ik met enkele zonderlingen af naar een Leuvens café, waar we enkel komen wanneer er gesupporterd dient te worden. Ook hier sta ik af en toe in voor de drank. Stiekem van de pintjes een slok nemen doe ik niet meer, nu bestel ik er wel eentje voor mezelf. Vanavond zal het weer van dat zijn. Hopelijk brengt deze traditie evenveel geluk en plezier met zich mee als de vorige.

Geef een reactie

Voornemen

Ik heb je wat verwaarloosd deze week. Maar volgende week maak ik het goed, dat beloof ik.

1 reactie

Aan de Shadow

Je overwinning in Milaan-Sanremo van 2006 en de Omloop Het Volk van 2007 leken je een schitterende toekomst in de eendagskoersen te voorspellen. Twee keer aanvallend rijden, tot ter dood, nog liever sterven dan de rest een meter te laten terug komen. Ik moet het toegeven, ik was fan. Maar sindsdien heb je mij zwaar teleurgesteld. 

Reeds in 2009 waren de eerste tekenen aan te wand te bekennen. Je overwinning in de E3 Prijs kwam op een heel andere manier tot stand, na het vloeren van de Bom van Balen in de sprint. Nu goed, met een groepje wegrijden en dan winnen in de sprint is een eerlijke manier van winnen. Maar daarna reed je geen platte prijs meer. Steeds meer verviel je in een potje catenaccio op wielen. In de E3 Prijs en de Ronde van Vlaanderen van dat jaar kleefde je aan het wiel van Tom Boonen, zonder zelf ook maar een enkele keer initiatief te tonen. Op het WK in Geelong van vorig jaar was je dan de schaduw van een andere topfavoriet, Philippe Gilbert. Telkens belette je iemand om zijn eigen koers te rijden, terwijl jouw eigen inbreng nog minder was dan nul. En nu, in de Primavera van vandaag, haalde je opnieuw Gilbert terug op een dikke kilometer van de finish. Nu, dat is je goed recht. Maar ook enkel als je er zelf iets uit haalt. Nu ging een Australiër met de bloemen lopen in San Remo. Wederom, enkel afbraakwielrennen, niet opbouwend. Een zeer negatieve manier van koersen. Moge fluitconcerten je te beurt vallen, wanneer het peloton samen met jou vanaf woensdag voor twee weken neerstrijkt in Vlaanderen. 

Misschien dat je zelf eens moet nadenken over waarom je zelf, ondanks het feit dat je al jaren als één van de favorieten voor de voorjaarskoersen naar voor wordt geschoven, nog steeds geen hoofdvogel hebt afgeschoten. Misschien dat je met een iets positievere manier van koersen, een beetje meer opbouwend, al een stap dichter zou komen, het is maar een idee. Maar, wat je ook doet, mijn steun heb je verloren. Een echte grote zal je nooit meer worden. De groten zagen niet op een inspanning, kozen resoluut de aanval, in plaats van een BVBA in afbraakwerken op te starten.

 Bovenstaande klinkt misschien als het gezaag van een kleuter die zijn zin niet heeft gekregen, maar dat kan me niets schelen. Mijn wielerhart bloedt bij het zien van zulke toeren. Hopelijk brengt de Ronde van Vlaanderen over twee weken gerechtigheid.

1 reactie

Hier laat ik je los, van hier af moet je gaan

Het zijn zo van die avonden die het studentenleven zo mooi maken. Een avond lang gewoon echt plezier maken met vrienden, een beetje onnozel staan doen tegen onbekende mensen. Maar na de avond en de nacht volgt de ochtend, en de ochtenden na een nachtje tooghangen zijn meestal echt vreselijk. Of toch de laatste tijd. Versuft slof ik de trap af, om dan tot de conclusie te komen dat ik toch maar beter nog in bed was blijven liggen. Het gevoel dat een trein je net een paar keer naeen heeft omgereden. De kleinste normale handeling, zoals een pen vastnemen, vereist de concentratie die gewoonlijk alleen gereserveerd is voor het afleggen van een examen, en concentratie zorgt voor nog meer hoofdpijn. Uiteindelijk moet ik mij dan toch gewonnen geven.

Daar zit je dan. Het hoogtepunt van de menselijke evolutie herleid tot een hoopje ellende. Iets te diep in het glas gekeken, net iets te stevig die top 5 plaats gevierd in het café waar we stilaan tot het meubilair beginnen te horen en dan heb je het vlaggen. Een rit in een rollercoaster, dat toch eerder een bed diende te zijn, helpt ook niet echt om de situatie te verbeteren.

 Op zo een moment voel ik mij toch wel een beetje oud. En dat komt niet alleen door de vele eerstejaars die zich voorzichtig een weg door de mensenmassa banen in het Kaffee. Vijf jaar geleden liep ik hier ook zo rond denk ik dan bij mezelf. Vijf jaar zit ik hier al. Toen, in het prille begin, hield ik het zonder al te veel problemen uit tot een uur of vier of vijf in de ochtend. Nu ging het licht uit rond twee uur. Als ik dan van mijn neef of stiefzus hoor dat ze dat quasi elke dag doen, dan moet ik erkennen dat ik ondanks mijn 22 lentes niet meer mee kan met de echte jeugd. Ik voel mij na één nacht doorzakken al geradbraakt. Al moet ik wel toegeven dat ik nooit het absolute fuifbeest ben geweest. “Gaat gij volgend jaar maar werken, want ge kunt er precies niet meer tegen” kreeg ik als goede raad. Misschien heeft de zonderling wel gelijk en is het tijd dat ik mijn plaats afsta, zodat iemand anders aan zijn Leuvens avontuur kan beginnen. “Er is een tijd van komen en een tijd van gaan, en de tijd van gaan is nu gekomen” zoals de boutade luidt.

Vandaag ruilde alvast iemand anders het Leuvense leven voor iets anders, in dit geval een camping op steenworp van de Pyreneeën. Nog nooit iemand zo blij gezien na het inladen van de verhuiswagen. Of iemand die het zo op prijs dat we massaal waren afgezakt naar Heverlee om een paar dozen op een verhuislift te zetten. Het ga je goed Herman! En wees er maar zeker van dat mijn aluminium ros en ik zo snel als het kan op bezoek komen!

2 reacties

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.